Lichamelijke opvoeding

De doelen van lichamelijke opvoeding bij zml-onderwijs richten zich op het motorisch vermogen van de leerlingen en op de deelname aan de samenleving waarbinnen bewegingsactieve vrije tijdsbesteding een belangrijke maatschappelijke mogelijkheid biedt voor persoonlijkheidsontwikkeling in het algemeen en sociale contacten in het bijzonder. Sport en spel heeft binnen gehandicaptenzorg en –onderwijs een duidelijke plaats en geeft voor veel leerlingen nieuwe maatschappelijke mogelijkheden voor integratie. Bij de algemene doelen voor het zml-onderwijs is sprake van doelen op het terrein van zintuiglijke ontwikkeling. De doelen van lichamelijke opvoeding liggen in het verlengde van de doelen over fijn- en grofmotorische vaardigheden die bij de algemene doelen worden genoemd. De lichamelijke opvoeding op school ligt dan ook zowel op het terrein van de groepsleraar als de vakleraar lichamelijke opvoeding. Dit onderwijs in lichamelijke opvoeding maakt de leerlingen vertrouwd met de eigen bewegingsmogelijkheden en leert ze omgaan met dagelijkse obstakels als drempels, zware deuren en trappen. Ook van belang is het vrij kunnen bewegen in de gymzaal en op de speelplaats met zijn sport- en spelobjecten. Diverse leergebiedoverstijgende doelen als het bevorderen van het lichamelijk zelfbeeld en het bevorderen van sociaal gedrag krijgen binnen dit leergebied een specifieke kans. Leerlingen leren plezier te beleven aan deelname aan verschillende bewegingsactiviteiten. Het leren omgaan met sport en spel zijn daarvoor de adequate activiteiten binnen het onderwijs. Het gaat er om de mogelijkheden van het lichaam beter te leren gebruiken en daarbij de maatschappelijke mogelijkheden van sport en spel te leren inzetten voor het welzijn van de leerlingen.

Doelen voor dit vakgebied zijn:

  • De leerlingen nemen deel aan bewegingssituaties (kennen de benodigde bewegingsvaardigheden, basisvaardigheden met betrekking tot spel en nemen deel aan spel).
  • De leerlingen kunnen met elkaar de bewegingssituaties reguleren.
  • De leerlingen oriënteren zich op vormen van georganiseerde sport.

Centraal staat plezier hebben in wat je kunt. Alle activiteiten die binnen bewegingsonderwijs thuis horen komen aan bod, altijd aangepast aan het niveau en de beleving van de leerlingen. Alle leerlingen doen aan dezelfde activiteiten mee.

Boi van Genne

Comments are closed.